Wat heb ik?

Scheelzien

Misschien hebben je ouders al gemerkt dat je scheel kijkt. Bij scheelzien kijk je bijvoorbeeld met één oog naar buiten of juist naar binnen (naar je neus). Dan wordt er een afspraak voor je gemaakt in het ziekenhuis. Je komt eerst bij de orthoptist en daarna bij de oogarts.
In ons ziekenhuis is de orthoptist een mevrouw die kijkt of je inderdaad scheel kijkt en of dat naar buiten of naar binnen is. Ook kijkt ze of je ogen goed kunnen bewegen in alle richtingen. Om daar achter te komen heeft ze testjes met een lampje en testjes met boekjes dichtbij. Voor het kijken verder weg, heeft ze speciale kaarten.

Na deze testjes krijg je druppels in je ogen, waardoor je wazig gaat zien doordat je pupillen groot zijn. Dat wazige zien kan trouwens wel een halve dag duren. Na driekwartier meten we de sterkte van je ogen op en weten we of je een bril nodig hebt.

Omdat je pupillen zo groot geworden zijn, kan de oogarts met een lampje in je ogen kijken of alles goed is. Als je een bril nodig hebt, krijg je meteen een brilrecept mee. Daarmee kun je samen met je ouders naar de brillenwinkel om een montuur uit te zoeken. In de brillenwinkel maken ze je bril helemaal in orde.

Na een paar maanden kom je dan met je bril op voor controle nog een keer naar het ziekenhuis. We kijken dan of het nodig is dat je ook nog een pleister op je oog krijgt. Je krijgt die pleister dan op je ‘goede’ oog, want die kan al goed kijken. Het ‘schele’ oog ziet veel slechter en kan dan op deze manier goed leren kijken.